↑ hebben is een van de weinige werkwoorden die een verleden tijd van de aanvoegende wijs behouden heeft: Jij hebt gehad hij/zij/het heeft gehad wij hebben gehad jullie hebben gehad zij hebben gehad voltooid verleden tijd ik had gehad jij had gehad hij/zij/het had gehad wij hadden gehad jullie hadden gehad. U hebt en u heeft zijn allebei juist.
U heeft komt iets vaker voor dan u hebt. Hebt u een hond, mevrouw? Ik vroeg aan u en uw man of u een.
Twijfel je tussen 'u hebt' of 'u heeft'? Het voltooid deelwoord is 'heeft gehad'. 'bezitten of beschikken over' en 'lijden aan (een ziekte)' en '< dit woord drukt, samen met het voltooid deelwoord, uit dat iets gebeurd of.
Wat u nodig hebt of heeft? U heeft komt iets vaker voor, maar in ons tijdschrift onze taal, en op deze website, gebruiken wij de vorm u hebt. Aug 14, 2025annet is nauwkeurig, taalbewust en heeft een groot gevoel voor structuur.
Het woordje u is van oorsprong een derde persoon enkelvoud: U is, u heeft, u kan, u wil, u zal. Maar tegenwoordig vat men u op als een tweede persoon enkelvoud, omdat het de beleefdheidsvorm is.